Telefoonhoofd


Telefoonhoofd



Nee, het is geen drukfout.. Hierboven werd niet per abuis 'hoofdtelefoon' bedoeld, maar gewoon zoals het er staat: telefoonhoofd.

Kerngedachte is namelijk het hedendaags gebruik van de (mobiele) telefoon. Het draadloze apparaat dat alleen nog in naam aldus aangeduid wordt, maar het in feite allang niet meer is.

De tijd dat een telefoon namelijk een telefoon was, ligt al ver achter ons.

Wat veel mensen niet weten is, dat de telefoon een toestel was dat het mogelijk maakte om

de communicatie tussen mensen, op afstand, mogelijk te maken. Letterlijk: ver geluid.

Het mooie was, de radio was al uitgevonden, je kon iets tegen een ander zeggen en de ander kon

ook terug praten.

Dat lijkt allemaal ontzettend logisch, maar ruim honderd jaar geleden was het iets heel bijzonders.

Rond die tijd is dus ook het werkwoord 'telefoneren' uitgevonden.

Het was zelfs elitair, want het was kostbaar. Ga maar na: er werd een duur apparaat in je huis

geïnstalleerd, op een vaste plek natuurlijk. Dan moest er een draad, onder de grond, of op palen, naar een gebouw geleid worden. Dat gebouw noemde men telefooncentrale. In dat gebouw werkten tientallen tot honderden dames. Als je zo rijk was dat je je een telefoonaansluiting kon permitteren, dan kon je je in verbinding laten stellen met een andere rijke stinkerd, of iemand die zich belangrijk genoeg vond om de mogelijkheid te scheppen tot conversatie op afstand.

Dat ging dan als volgt: je nam de hoorn op, deed die tegen je oor (wat nog steeds gebeurt), hield het praat gedeelte dicht bij je mond, vroeg aan een van de vele juffrouwen in de telefooncentrale of die verbinding wilde maken met een persoon naar jouw keuze. Deze welwillende dame, die zo opgeleid was, deed dan vriendelijk tegen je en stopte een stekker in een bepaald stopcontact waardoor bij de geadresseerde een belletje ging rinkelen. U snapt het al: er was nog geen sprake van een kiesschijf, laat staan van druktoetsen, laat staan van stemherkenning. Nee, bij telefoneren kreeg je altijd minstens twee personen te spreken voor de prijs van één.

Later zijn natuurlijk alle dames van de telefooncentrale werkloos geraakt toen er nieuwe telefoontoestellen, met een zogenaamde 'kiesschijf', op de markt kwamen en de centrale geautomatiseerd werd. Dat was echter pas toen er steeds meer mensen zich belangrijk genoeg vonden om ook een telefoonaansluiting te laten installeren. De telefoontoestellen werden steeds geavanceerder: je kreeg één hoorn waarin je kon praten èn luisteren. Je kreeg druktoetsen in plaats van zo'n trage draaiende schijf, die jongeren van nu nog nooit gezien hebben. Je kreeg een 'geheugen' in de telefoon, dat voor jou de telefoonnummers onthield. Dat waren er in het begin wel tien! Later werd dat natuurlijk uitgebreid tot een veelvoud daarvan.

De grootste vooruitgang, sinds de uitvinding van de huistelefoon was waarschijnlijk wel de draadloze huistelefoon, die aanvankelijk een beetje krakend en ruisend, maar later goed zijn werk deed. Je kon dan zelfs tot in de tuin met iemand telefoneren. Dit type toestel leek het meest op onze moderne mobiele telefoon. De elektronica had al lang en breed zijn intrede gedaan, dat begon met het geheugen, weet u nog wel?


Nog steeds is de titel van dit stuk niet aan bod gekomen, dus dat wordt hoog tijd. Er is, in de huidige tijd, een grote groep medeburgers zo verslingerd geraakt aan de mobiele telefoon, dat men zou kunnen spreken van 'telefoonhoofden'. Een hoofdtelefoon is een stel luidsprekertjes in of op je oren.

Een telefoonhoofd is een persoon die een mobiel zend- en ontvangtoestel, waar wij nu over spreken, een hele hoge mate van belangrijkheid toekent. In Engeland wordt iemand die, in analogie hiermee, een vergelijkbare bovenmatige interesse voor automobielen aan de dag legt, een benzinehoofd (petrolhead) genoemd.

Bovendien bivakkeert 'het mobieltje' zoals het vaak liefkozend genoemd wordt, ook vaak in de buurt van het oor tegen de schedel. Als het zich niet op die plek bevindt, dan is het vaak in een van beide handen van de eigenaar te vinden. Dat is het vaakst het geval bij jongere mensen. Die zijn eigenlijk dus personen met een beperking: ze hebben slechts één hand 'vrij'. Het gaat te ver om ze te vergelijken met een 'eenarmige bandiet', maar zij moeten soms behoorlijke capriolen uithalen om de handelingen te kunnen verrichten die ze eigenlijk (ook) aan het doen waren. Goed, als het mobieltje dus niet tegen de schedel of in een hand te vinden is, dan zit het zeer waarschijnlijk in een (achter)zak of in een handtasje. In elk geval is het toestelletje vrijwel altijd binnen enkele stappen te bereiken, dag en nacht. Men vind zich inmiddels belangrijk genoeg om te kunnen verantwoorden, dat men vierentwintig uren per etmaal, zeven etmalen per week , zich in verbinding moet kunnen stellen met een of meer medeburgers.

Toch heeft de titel van dit stuk, wat mij betreft, een probleem in zich. Voor de duidelijkheid heb ik telefoonhoofd geschreven, zodat de lezer ten snelste zou weten over welk toestel het gaat. Er is met ons geliefkoosde mobieltje echter niet slechts alleen meer sprake van een apparaat dat het mogelijk maakt met een medemens te spreken op afstand. Wij doen deze geëvolueerde uitvinding tekort als we zeggen:"Kijk dit is mijn nieuwe telefoon!" Eigenlijk zou de trotse eigenaar van zo'n samengeperste chipsfabriek beter kunnen spreken over een recreatiecentrum. Dat treft de functie ervan veel beter. Zeker als je ziet hoeveel wakende uren per etmaal de aandacht er naar uitgaat. Er wordt zelfs beweerd dat er per etmaal méér uren besteed worden aan de mobiele telefoon, dan aan de partner. Daar zit hem wat mij betreft nou net de kneep.

De mogelijkheden zijn zo onvoorstelbaar uitgebreid, dat er altijd wel 'iets' is wat je met zo'n ding kunt doen. Een echt telefoonhoofd draait er zijn hand niet voor om om zijn accu in één sessie helemaal leeg te 'spelen'. Hij of zij weet ook drommels goed dat het niet gaat om een absolute noodzakelijke reeks van handelingen en er is zéker geen sprake van een noodsituatie. Of dat deze persoon dat toe zal geven is vers twee. Deze persoon zal hoogstens toegeven dat hij/zij 'nieuwsgierig' is. Bijvoorbeeld wie er nu weer ge appt heeft.(hier slaat de spellingscontrole op tilt.)

Of ze het nu wel of niet toe willen geven dat het gebruik eigenlijk echt wel uitgesteld, dan wel verminderd zou kunnen worden, geven ze in feite door hun gedrag rondom het gebruik zelf al toe. Zonder het zich te realiseren laten ze aan de buitenwereld zien dat ze de activiteit met het handzame stukje elektronica er gewoon even bij doen, omdat het zo'n leuk recreatiecentrum is.

Wat je ziet is dat deze personen een keur aan nevenactiviteiten ontplooien tijdens dit gebruik, waarbij je je kunt afvragen: 'Wat is nu belangrijker?' Vroeger had ik een collega, het was in de tijd dat er nog geen mobieltjes maar wel draadloze huistelefoons waren. Op het werk zat je dan samen te praten als plotseling de telefoon ging, die hij dan opnam en vrijwel onmiddellijk begon te wandelen. (de collega, niet de telefoon) Hij hoefde nergens naar toe, hij was ook niet bang geheime informatie te lekken, hij vond het gewoon geweldig om te genieten van zijn bewegingsvrijheid in de meest letterlijke zin. Na het telefoongesprek werd ons gesprek dus gewoon weer hervat.

Wat de huidige mobielbazen doen, tijdens het bellen, is dus ook net zo divers als de mensen zelf zijn. De bekendste activiteit zal wel het zich verplaatsen zijn, al of niet op wielen, maar juist ook het lui liggen op de bank terwijl je zogenaamd tv kijkt is een populaire. Je kind in het gareel houden, of juist niet. De strijk of boodschappen doen, neuspeuteren of eten koken kan blijkbaar ook. Zo kun je de lijst naar believen uitbreiden.

Moeten we ons als mobiel recreatiecentrum gebruikers zo langzamerhand niet eens af gaan vragen of het niet een tikkeltje minder en/of meer gestructureerd kan? We hoeven en kunnen niet terug naar de juffrouw van de telefooncentrale, maar we kunnen wel weer terug naar elkaar, gedurende de tijd dat we in elkaars gezelschap vertoeven. Waarom de tafel vol mobieltjes als we ook met mooie zinnen elkaar dingen duidelijk kunnen maken? De intrinsieke waarde van de telefoon wordt niet hoger door het aantal functies die er op een mobieltje zitten. Daarmee loop je al achter de feiten aan op het moment dat je met 'het nieuwste type' de telefoonwinkel uit loopt.

Ooit las ik een treffende uitspraak op een poster bij een fotograaf: 'Het beste fototoestel is het toestel dat je bij je hebt, op het moment dat je een foto wilt maken'. Dat lijkt hier ook wonderwel van toepassing te zijn: het beste telefoontoestel is het toestel dat je bij je hebt als je wilt telefoneren. Het punt is echter: ons recreatiecentrum is zo ongelooflijk uitgebreid dat we een goed gesprek bijna zouden vergeten, wanneer we veraf zijn of in elkaars gezelschap verblijven. We hebben onszelf in de loop van een relatief korte tijd wijs gemaakt dat we de verrassing of het vermaak niet meer kunnen missen. Als dat ten koste gaat van echt intermenselijk contact, kunnen we spreken van een verarming. Wanneer we echter echt 'live' met elkaar communiceren en daarnaast gedoseerd gebruik maken van zoveel mogelijkheden als we willen in deze digitale tijd, dan is het gebruik een verrijking en zo je wilt een zegen. Daarbij ken ik persoonlijk de eerste plaats toe aan het echte contact en de tweede aan het digitale geweld.

Dat laatste komt helaas ook in letterlijke zin voor, waarvan het twijfelachtig is of het in een direct contact ook zou zijn gebeurd. Anoniem schelden gaat oneindig veel gemakkelijker, dan wanneer je met iemand oog in oog staat. Vinden we onszelf zo belangrijk dat we een mening over een ander alleen maar hoeven te spuien in plaats van er samen over te spreken.?