Parlemeutaire democratie


Parlemeutaire democratie


Laatst zag ik opnamen op televisie van de archieven van de eerste en tweede kamer.

Een enorme ruimte met een uitgebreid gangenstelsel waarin stellingen staan van

ongeveer drie meter hoog, volgestouwd met dossierdozen.

Een stuk geschiedenis van onze parlementaire democratie, vanaf de eerste opgetekende

gegevens tot nu.

Het is niet moeilijk je in te beelden dat hier allerlei overleggen, parlementsvergaderingen,

wetten, moties, parlementaire enquêtes en wie weet wat nog meer, opgeslagen liggen. De hoeveelheid is bijna niet te bevatten. Hoeveel kilometers aan gedrukte regels tekst liggen hier opgeslagen? Het moeten er miljarden zijn. Hoeveel kilometers aan vellen papier als je ze in de lengterichting achter elkaar zou leggen? Waarschijnlijk ook miljarden. Als je ze in de breedterichting naast elkaar zou leggen, ongeveer twee derde van het vorige getal. Je kunt er in elk geval vele duizenden keren mee de wereld rond.

Vriend en vijand is het erover eens dat de democratische regeringsvorm de beste en de eerlijkste

is. Het heeft ons land in elk geval enorme welvaart gebracht en wij Nederlanders horen tot de rijkste en gelukkigste volkeren ter wereld.

Dat is mooi, zou je zeggen en dat is natuurlijk ook zo. Toch is deze verworvenheid niet zonder

slag of stoot gegaan. Sterker nog: dagelijks komt ons ter oren en ter ogen, hoe er geschutterd en gesputterd wordt in de moderne politiek. Liegen en bedriegen is aan de orde van de dag, net als

sorry zeggen en gewoon door gaan alsof er niets gebeurd is. Ook is het de normaalste zaak dat

een politicus die echt niet meer door de beugel kon, het prachtigste baantje van de wereld aan

geboden kreeg: commissaris, burgemeester, directielid van een groot bedrijf of wat dan ook. Maar in elk geval een functie waar serieus geld mee gemoeid was. Een gouden handdruk hadden ze dan al meegekregen als bonus op het disfunctioneren.

Meestal bleef het niet bij een baantje na het politiek blunderen. Soms hadden deze brekebenen talloze baantjes en commissariaten, waardoor ze van voren niet meer wisten dat ze van achteren leefden. In ieder geval bleef de kassa wel lekker rinkelen. Alsof dat niet genoeg was moest er dan

ook nog vaak vals gedeclareerd worden om de boel nog even aan te vullen.

Het is bijna niet te begrijpen dat er in ons land nog mensen zijn die met de beschuldigende vinger

naar het buitenland durven te wijzen als het gaat om corrupte politici. Liefst naar zuid Europese

politici. Oké het komt daar procentueel meer voor, maar het ademt bij deze criticasters het idee dat 'wij' allemaal vrij zijn van blaam.

Gelegenheid maakt de dief. Als ze in ons land nog net iets meer gelegenheid werd geboden dan werd hier onherroepelijk nog veel meer gegraaid. Dan hebben we het trouwens met al dat geld in het hoofd nog niet gehad over de verantwoordelijkheid. Een politicus op een bepaalde post lijkt meer interesse te hebben voor prestige dan verantwoordelijkheid. Wanneer een megalomaan project, als een spoorlijn of tunnel bijvoorbeeld, maar in zijn of haar ambtsperiode gestart wordt, dan maakt het haar of hem niet uit dat een (of meer) opvolger(s) blijft zitten met een gigantische overschrijding van het budget en de tijd. Het megalomane project wordt toch wel geassocieerd met hem of haar die het begonnen is.

In een eventuele parlementaire enquête weten ze ineens spontaan van niets en laat hun geheugen ze danig in de steek. Je kunt je afvragen of dat ook geldt voor de hoogte van hun bankrekening.

Politici van vijftig jaar geleden waren politici voor het leven. Hun collega's van nu hebben een gemiddelde doorlooptijd van amper vier jaar. Het functioneren van de politiek lijkt steeds vaker op een meute honden die elkaar de tent uit vecht en op andere momenten ook weer dekt tegen ongunstige zaken. Soms zijn de honden in de meute elkaars beste vriendjes, soms maken ze elkaar uit voor al wat lelijk is. Soms is de meute zo aan het stoeien met elkaar dat je wel heel erg goed moet opletten om te weten wie het met wie aan de stok heeft. Soms weet je het dan nog niet, omdat er in achterkamertjes van alles bekonkeld wordt.


Maar waarom moest ik hier nu allemaal aan denken toen ik op de televisie die enorme zaal zag met die straten met stellingen waarin zich de dossierdozen bevonden?

Alles overdenkend en de dagelijkse berichtgeving volgend op de televisie en in opiniebladen, de bronnen waar wij burgers toch van afhankelijk zijn, word ik niet vrolijk. Keer op keer wordt het vertrouwen in de politiek bij de burgers danig op de proef gesteld. Steeds vaker, heb ik gemerkt, ga je denken van: "Is dat nou al weer zo?" Telkens zie je dezelfde patronen. Wie kun je nou nog vertrouwen? Daar is vroeger, een jaar of vijfendertig geleden schat ik, eens een liedje over gemaakt. Feit is dat ik bij het zien van deze dossier ruimte, spontaan namen ging verzinnen voor de straten met stellingen waarin de al of niet betrouwbare debatten op papier waren opgeslagen.

Hoe verder ik kwam hoe meer ik er in begon te geloven..


Leuterlaan


Ssst steeg


Wantrouwenweg


Leugenlaan


Sorrystraat


Stiekemsteeg


Malingbaan


Leklaan


Zwijgsteeg


Verkwistweg


Megalomaanbaan


Dommedealdijk


Verbraspenningplein


Smoezenhoek


Het zal er wel nooit van komen dat deze op echte naambordjes in de straten of pleinen komen staan.

Liever zet men er de namen op van 'beroemde' politici die hun sporen misschien wel niet hebben verdiend. Zoals in het gewone leven er capabele en incapabele werknemers zijn is dat in de politiek niet anders, dunkt mij. Echter, als iemand zo overduidelijk niet functioneert dan is het niet te verkopen aan burgers dat zo iemand er met een eenvoudig sorry vanaf komt en achteraf nog beloond wordt ook. Wat voor signaal geeft dat naar de burgers?